De ochtend begon vroeg bij Van der Laan Bouwgroep.
In de directiekamer stonden koffie, bouwtekeningen en te veel post-its.
De agenda was vol: personeelskrapte, vertraagde opleveringen, en een rapport over “duurzaam personeelsbehoud”.
Hassan, hoofd uitvoering, bladerde zwijgend door de cijfers.
Jeroen, projectmanager, leunde tegen het raam.
Beiden hadden de verantwoordelijkheid voor tientallen mensen – ervaren vakmannen en jonge instromers.
Ze stonden tussen beleid en beton.
–
“Ze willen dat we het team uitbreiden,” zei Jeroen.
“Maar met de huidige werkdruk haakt iedereen af vóór het tweede gesprek.”
Hassan knikte. “En de mensen die blijven, voelen de druk van die leegte. Alsof ze het werk van drie moeten doen.”
Hij zweeg even, keek naar het raam. “Weet je wat raar is? Ik merk dat ik de laatste maanden vooral kijk naar wat ontbreekt. Te weinig mensen. Te weinig tijd. Te weinig waardering. En dat breekt m’n energie.”
Jeroen glimlachte kort. “Dat herken ik. Alsof je door een filter kijkt dat alles tekort laat lijken.”
–
Hij liep naar het whiteboard en tekende een cirkel met twee pijlen.
“Wat er ontbreekt” links. “Wat er nu is” rechts.
“De meeste van onze vergaderingen,” zei hij, “spelen zich links af.
We praten over wat er niet is.
Maar kijk eens wat er rechts staat: ervaren vakmensen, loyale teams, weinig verloop, goede reputatie. Dat is de reden dat we hier nog staan.”
Hassan keek naar de rechterkant van het bord.
Hij voelde iets verschuiven. Geen groot inzicht, eerder een kleine ontspanning.
“Misschien,” zei hij, “moeten we daar weer onze blik op richten.
Als ik blijf kijken naar wat ontbreekt, zie ik het geluk dat er nú al is gewoon niet.”
Jeroen knikte. “Precies. Het team voelt wat wij zien. Als wij voortdurend spanning uitstralen, nemen zij dat over. Als wij rust uitstralen, komt er vertrouwen.”
–
Later die dag liepen ze samen over het terrein.
De lucht was fris, een nieuw gebouw kreeg vorm.
Een van de jonge werkvoorbereiders zwaaide enthousiast met een meetlint.
Hassan glimlachte. “Kijk, hij is pas een paar weken binnen en pakt het al op. Daar word ik blij van.”
Jeroen antwoordde: “En dat is precies het punt. Geluk is niet iets wat straks komt, als we het personeelstekort oplossen. Het zit al in de dingen die nu goed gaan.”
–
In de weken daarna veranderde er iets subtiels.
De toon in vergaderingen werd rustiger.
Er werd vaker gekeken naar wat werkte in plaats van naar wat niet lukte.
De directie merkte het op.
Er kwamen zelfs nieuwe sollicitanten binnen – niet door extra marketing, maar omdat mensen vertelden dat het “fijn werken” was bij Van der Laan.
–
Aan het eind van het kwartaal stonden Hassan en Jeroen weer bij het raam.
Het uitzicht was hetzelfde.
Maar hun blik niet.
“Het werk is nog steeds zwaar,” zei Hassan. “Maar het voelt anders. Alsof ik eindelijk zie wat er al is.”
Jeroen knikte. “Dat is het verschil tussen werken in tekort en werken in vertrouwen. Het eerste slijt, het tweede bouwt op.”