Het scherm flikkert nog net na als de laatste spreadsheet wordt weggeklikt. Buiten is het grijs. Binnen is het strak.
Jeroen staat bij het raam, armen over elkaar. Zijn blik volgt een busje dat te laat het terrein op draait. Zijn kaak staat gespannen.
De deur gaat open.
Hassan stapt binnen, jas nog half dicht, ogen rustig. Hij zegt niets, knikt alleen even.
“Je bent precies op tijd,” zegt Jeroen zonder zich om te draaien.
“Klopt,” zegt Hassan.
Een korte stilte. Geen ongemak. Meer… aftasten.
Jeroen draait zich om. “Ik ga er geen lang gesprek van maken. We hebben iemand nodig die dit aankan.” Hij tikt met zijn vinger op de tafel. “Projecten lopen uit. Mensen nemen geen verantwoordelijkheid. En eerlijk? Ik ben daar klaar mee.”
Hassan gaat zitten. Legt zijn handen losjes op tafel.
“Wat verwacht je van die persoon?” vraagt hij.
“Overzicht. Grip. Iemand die dingen oplost zonder dat ik er bovenop hoef te zitten.”
“Helder.”
Jeroen kijkt hem scherp aan. “En jij? Kun jij dat?”
Hassan haalt rustig adem. “Ja.”
Geen bravoure. Geen uitleg. Gewoon ja.
Dat lijkt Jeroen even uit balans te brengen.
“Oké,” zegt hij. “En hoe doe je dat dan? Want iedereen zegt dat.”
Hassan kijkt even naar het scherm. Dan terug.
“Door niet alles persoonlijk te maken.”
Jeroen fronst. “Wat bedoel je daarmee? Als iemand zijn werk niet doet, ís dat toch persoonlijk?”
“Het voelt zo,” zegt Hassan. “Maar dat gevoel is van mij.”
Jeroen zucht kort. “Kijk, daar haak ik vaak af. Dat klinkt… theoretisch.”
Hassan knikt. “Snap ik. Zal ik het concreet maken?”
Jeroen gebaart: ga je gang.
“Stel,” begint Hassan, “een uitvoerder mist een deadline. Jij merkt dat. Wat gebeurt er in jou?”
“Frustratie,” zegt Jeroen direct. “Irritatie. Want het kost geld. En het had niet gehoeven.”
“Precies,” zegt Hassan. “En wat doe je met die frustratie?”
Jeroen denkt even na. “Ik spreek hem erop aan.”
“Hoe?”
Jeroen kijkt hem aan. “Duidelijk.”
Hassan glimlacht licht. “En zit daar nog iets onder?”
Jeroen zegt niets.
“Onrust misschien,” vult Hassan aan. “Controle die je dreigt te verliezen. Het gevoel dat jij het moet dragen.”
Jeroen kijkt weg. Raakt even met zijn hand het bureau aan.
“Misschien,” zegt hij.
“Dat stuk,” zegt Hassan rustig, “is van jou.”
Hij laat het even stil worden.
“En als je dat niet ziet,” gaat hij verder, “dan ga je dat gevoel verpakken in je reactie. Dan wordt jouw frustratie zijn probleem.”
Jeroen draait zich weer naar hem toe. “Maar hij heeft toch een probleem veroorzaakt?”
“Zeker,” zegt Hassan. “De situatie moet opgelost worden. Maar de lading die jij eraan geeft… die bepaalt hoe het verder gaat.”
Hij leunt iets naar voren.
“Als jij stabiel blijft, kun je helder kijken. Zonder oordeel. Zonder dat je hem kleiner maakt of jezelf groter.”
Jeroen lacht schamper. “Zonder oordeel… in de bouw? Succes daarmee.”
Hassan haalt zijn schouders op. “Het is geen knop die je omzet. Het is iets wat je oefent.”
“En waarom zou ik dat doen?” vraagt Jeroen.
Nu wordt het even stil.
Hassan kijkt hem aan, zonder druk.
“Omdat je anders blijft vechten tegen dingen die er al zijn.”
Die komt binnen.
Je ziet het aan Jeroen. Iets zakt. Niet groot. Maar genoeg.
Hij loopt terug naar het raam. Kijkt weer naar buiten. Het busje staat inmiddels stil. Twee mannen stappen uit, lachen ergens om.
“Dus jij zegt,” begint Jeroen langzaam, “dat geluk… of rust… niet zit in hoe goed alles loopt, maar in hoe ik ermee omga?”
“Ja,” zegt Hassan.
“En dat ik mijn eigen emoties moet dragen, in plaats van ze te parkeren bij anderen.”
“Ja.”
Jeroen knikt langzaam.
“Dat is… irritant logisch.”
Hassan lacht zacht. “Dat is het vaak.”
Een paar seconden stilte.
Dan draait Jeroen zich om. “En als jij hier komt werken… wat heb jij dan nodig?”
Hassan denkt even na.
“Geen perfecte organisatie,” zegt hij. “Geen controle over alles.”
Hij kijkt Jeroen recht aan.
“Maar een plek waar ik mezelf kan blijven. Waar ik niet hoef te reageren vanuit spanning, maar kan handelen vanuit rust. En waar dat niet als zwakte wordt gezien.”
Jeroen houdt zijn blik vast.
“Dat vraagt ook iets van mij,” zegt hij.
“Klopt.”
Weer stilte.
Maar dit keer anders.
Meer… gelijk.
Jeroen loopt terug naar de tafel. Steekt zijn hand uit.
“Volgens mij moeten we het gewoon proberen.”
Hassan staat op. Schudt zijn hand.
“Volgens mij ook.”
Buiten breekt heel even de zon door. Alsof niemand het doorheeft. Misschien is dat ook zo.
Binnen is het in ieder geval iets lichter geworden.
(De vergaderruimte om 07:42)